Aleksander Willemse

De bloem is niet het onderwerp. De bloem is de taal.

Bloemen zijn niet stoer.

Toen Aleksander Willemse acht jaar was, gaf zijn oma hem een dekbed met bloemen. Zijn jongere broertje kreeg een dekbed met wilde dieren. Wilde dieren waren stoer. Bloemen niet. Dus hij besloot dat bloemen niets voor hem waren.

Jaren later zouden bloemen het belangrijkste onderwerp in zijn kunstenaarschap worden. Niet ondanks dat jeugdige oordeel, maar juist vanwege de betekenis die het voor hem kreeg: hoe vroeg beginnen we eigenlijk al met het aanpassen van onze smaak, ons gedrag en onze gehele identiteit aan wat we denken dat anderen van ons verwachten?

Van reclame naar kunst

Aleksander begon zijn creatieve loopbaan in de reclame als copywriter en artdirector. Hij werkte onder meer voor DDB, BSUR en Ogilvy en ontwikkelde campagnes en concepten voor uiteenlopende merken. Zijn werk werd genomineerd voor onder meer de Effie, Lamp ADCN en Esprix.

Daarna richtte hij zich ruim tien jaar op fotografie. Zijn werk werd onder meer geselecteerd voor PANL, Naarden Fotofestival, Photoville New York en getoond in het Nederlands Fotomuseum en het Haags Fotomuseum.

Ook als beeldend kunstenaar bleef fotografie de basis. Aleksander fotografeert zijn bloemen zelf en bouwt met beelden uit zijn nog immer groeiende, omvangrijke archief nieuwe composities. De bloemen worden nauwelijks gemanipuleerd: ze blijven herkenbaar en natuurlijk. Bloem voor bloem bouwt hij zijn beelden digitaal op.

Zijn beeldende werk werd onder meer gepresenteerd op PAN Amsterdam, een van de belangrijkste kunst- en antiekbeurzen van Nederland, en op KunstRAI, Art Rotterdam en Art Karlsruhe. Hij had solo-exposities in o.a. het Art Hotel Amsterdam en bij Galerie Eduard Planting.

In zijn huidige werk komen zijn verschillende disciplines samen: de beeldkracht en precisie van de fotograaf, het conceptuele denken van de reclamemaker en de vrijheid van de kunstenaar. Uit die combinatie ontstond een eigen beeldtaal, waarin bloemen niet alleen onderwerp zijn, maar het materiaal waarmee Aleksander zijn verhalen vertelt.

Bloemen zijn heel stoer.

Aleksanders bloemen zijn daarom nooit zomaar bloemen. Hij gebruikt ze om onderwerpen te verbeelden die doorgaans weinig met bloemen te maken hebben: oorlog, wapens, geloof, commercie, goed en kwaad, de dood en de vraag hoeveel ruimte er werkelijk is om jezelf te zijn.

Door bloemen in te zetten voor onderwerpen die niet vanzelfsprekend met schoonheid en kwetsbaarheid worden geassocieerd, ontstaat een voortdurende spanning tussen vorm en betekenis. Wat mooi begint, kan tegelijk schuren. Wat zacht oogt, kan iets keihards zeggen.

Ook de vorm waarin hij dat doet is bewust. Aleksander kiest voor een platte, tweedimensionale weergave. Hij maakt van de bloem geen romantisch of driedimensionaal object, maar een grafisch element waarmee hij zijn beelden opbouwt.

Daarin ligt een belangrijk deel van de aantrekkingskracht van zijn werk. Van dichtbij zie je de afzonderlijke bloemen. Van een afstand ontstaat een ander beeld. Wat eerst een verzameling bloemen lijkt, blijkt een wapen, een icoon, een gezicht of een ander geladen symbool. De schoonheid van het materiaal en de betekenis van het beeld staan voortdurend met elkaar op gespannen voet.

Onder al die beelden ligt voor Aleksander eenzelfde overtuiging: kwetsbaarheid is geen zwakte, maar een vorm van kracht. Dr bloem staat voor die kwetsbaarheid. Om je kwetsbaar te durven opstellen, heb je juist zelfvertrouwen nodig, de moed om geraakt te worden, om lief te doen en om te durven houden van wat je werkelijk mooi of belangrijk vindt.

Dat is de kern van zijn werk. 

Dare to Love.